nicolaas logolerengroeienbloeien

2016-2017

Even voorstellen

Even voorstellen

Juf Jacqueline Hendriks (maandag en dinsdag)
Na mijn middelbare school ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren in Nijmegen. Na mijn studie heb ik een aantal jaren bij het CWI in Den Bosch en Deventer gewerkt. Dit was een erg leuke en leerzame periode. Toch begon het te kriebelen en heb ik uiteindelijk besloten om de overstap naar het onderwijs te maken.
In 2002 ben ik aan de Pabo in Deventer gaan studeren en al snel kon ik op de Nicolaasschool komen werken. In deze tijd heb ik ook twee kinderen gekregen: in 2002 is Dante geboren en in 2004 Seppe. Samen met mijn man en kinderen woon ik in Lochem.
Op de Nicolaas heb ik de eerste jaren in groep 8 gewerkt en daarna acht jaar in groep 7. Nu voor het vijfde jaar in groep 6!

 

Melvin ten Have (woensdag t/m vrijdag)

Ik ben Melvin ten Have, 21 jaar en ik woon in het mooie Wijhe. Toen ik zelf op de basisschool zat wist ik al heel goed wat ik wilde worden: meester. Die droom is uitgekomen, want dit jaar ben ik afgestuurd aan de Katholieke Pabo in Zwolle. Nu ben ik op woensdag, donderdag en vrijdag werkzaam op de Nicolaasschool in groep 6A. Ook ben ik vaste invaller op maandag en dinsdag. Behalve het werken als leerkracht vind ik het leuk om te sporten. In mijn vrije tijd doe ik aan spinning en mag ik graag een rondje hardlopen. Op vrijdagavond ben ik trainer bij Reddingsbrigade Raalte en in de zomer ben ik als strandwacht te vinden aan de Zeeuwse kust. Samen met de kinderen hoop ik er een onvergetelijk schooljaar van te maken!

Rob van den Berg

Even voorstellen! Rob van den Berg dus. Ik ben de hele week (behalve donderdag) in groep 6b te vinden. Op donderdag is juf Moniek Oosterwechel in de klas.
 Ik ben getrouwd met Monique Maas en samen hebben we 2 kinderen en een hond. (Lucas (bijna 18) en Tom (bijna 16). Bobby, een boomer, onze hond is 4 jaar.
Sinds mijn geboorte woon ik al in het mooie Deventer. Na mijn vorige baan (ICT, logistiek consultant) ben ik begin 2007 gestart als leerkracht aan de Nicolaas-school in Schalkhaar. Naast mijn beroep als leerkracht ben ik actief in de kerk als dirigent/pianist van het jeugdkoor Youngest Voices XL. Buiten mijn passie voor muziek (piano/zang) ben ik erg geïnteresseerd in oud-Deventer. Verder klus ik graag, werk het liefst met mijn handen en sta ik 1 (soms wel 2) keer per jaar op mijn snowboard in Oostenrijk of Frankrijk. Ik fitness een paar keer per week en ben gek op strategische bordspelen. Ik heb me voorgenomen er een leuk (muzikaal) jaar van te maken. Natuurlijk doen we dit schooljaar ook een aantal activiteiten samen met de andere groep 6!

Informatie over leerjaar groep 6

De leerstof die wordt aangeboden in groep 6 zal worden afgestemd op de ontwikkeling van uw kind. Dit betekent dat eerst heel goed is besproken met de leerkrachten van groep vijf welke aanpak en leerstofaanbod het beste past bij de kinderen. Hier zullen de leerkrachten van groep zes hun aanbod op afstemmen.
Zo proberen we zo veel mogelijk met individuele verschillen rekening te houden.

Weektaak, zelfredzaamheid

In groep 6 wordt de ‘dagtaak’ (gr.4) of de ‘tweedaagse taak’ (gr.5) uitgebreid tot een ‘weektaak’. Van veel vakken worden de te maken oefeningen ingevuld op het weektaak-stencil. Sommige onderdelen kunnen de kinderen echt zelfstandig maken, maar bij de meeste wordt eerst uitleg gegeven. Als ze een bepaald onderdeel af hebben, kunnen ze dat vakje kleuren. Zo hebben ze een goed overzicht over wat al af is en wat niet.
In het begin moeten veel kinderen wennen aan het inplannen en bijhouden. De weektaak begint dan ook klein en wordt later pas uitgebreid. Ook wordt er veel over gepraat in de klas en worden problemen besproken en tips gegeven.
Elke dag wordt twee keer een half uur vrijgemaakt voor de weektaak. Het eerste kwartier moeten de kinderen stil werken en kunnen ze niets vragen aan elkaar of de leerkracht. De leerkracht kan dan bepaalde groepjes begeleiden. In het tweede kwartier mogen ze wel vragen stellen aan elkaar.
Mede op deze manier proberen we de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en planvaardigheid te bevorderen.
Extra werk
Als de weektaak af is, kunnen de kinderen extra oefeningen pakken. Deze zijn zelfstandig te maken en na te kijken.

Taaloefeningen

Op onze school gebruiken wij de methode ‘Taal Actief’. De structuur van de methode ziet er als volgt uit:
  • Tien thema’s van vier (of drie) weken. In de laatste week volgt een toets.
  • In elk thema komen lezen, spreken, taalschat, stellen, spellen, luisteren en woordenschat aan bod.
  • Na de toets volgt remediërende stof of verrijkende stof.

Spelling en werkwoordspelling

Bij elk thema wordt een aantal spellingscategorieën geïntroduceerd. In de derde week volgt een signaaldictee. Naar aanleiding daarvan gaan ze met spelling¬kaarten verder oefenen. In de vierde week volgt een controledictee.
Met werkwoordspelling beperken wij ons tot de regels bij de tegenwoordige tijd.

Spelling huiswerk

Kinderen die moeite hebben met spelling oefenen thuis op www.bloon.nl, waar zij met een eigen inlognaam en wachtwoord de woordjes van het signaal- of controle¬dictee kunnen oefenen. Zij oefenen de helft van de dicteewoorden thuis.
De rest van de klas kan ook oefenen op deze site.
Zij loggen in met ‘oefenen-6’ en als wachtwoord ‘nicolaas’.
Het oefenen neemt dagelijks ongeveer 5 minuten in beslag.

Woordbenoemen en zinsontleden

Bij zinsontleden leer je de persoonsvorm en het onderwerp in een zin te herkennen en de rest van de zin in logische stukjes te ‘breken’. Ook komt het verschil in enkelvoud – meervoud en tegenwoordige tijd – verleden tijd aan bod.
Bij woordbenoemen leren de kinderen dat elk woord apart ook nog een naam heeft (werkwoord, lidwoord, zelfst.nw, bijv.nw)  

Lezen

Op de Nicolaasschool zijn we bezig met ‘Schoolbreed Lezen’. Leeszwakke kinderen lezen volgens de RALFI-methode, waarbij een tekst eek week lang gezamenlijk, in tweetallen en zelfstandig wordt gelezen. Deze teksten van ‘nieuwsbegrip' behandelen altijd actuele onderwerpen.
De andere kinderen zijn aan het stillezen of zijn op een andere manier met lezen bezig. Te denken valt aan het werken uit  ‘informatieboekjes’.

Begrijpend en studerend lezen

Voor begrijpend/studerend lezen maken we gebruik van de methode ‘Goed Gelezen!’. Ook werkt de hele klas met de tekst van nieuwsbegrip, waarbij vragen worden beantwoord.
Hierbij komt het volgende aan bod:
  • woordenschat
  • hulpmiddelen om de tekststructuur te ontdekken
  • ontdekken van de bedoeling van de schrijver
  • inhoud van de tekst begrijpen en kunnen samenvatten

Woordenschat

Bij de aanbieding van de spellingwoorden en bij oefeningen uit het taalboek wordt natuurlijk ook de woordenschat vergroot. En bij zaakvakken als biologie, geschiedenis en aardrijkskunde gaat het ook om allerlei andere begrippen.
U kunt als ouder natuurlijk ook een grote invloed uitoefenen op het aanleren van nieuwe woorden en begrippen. U kunt veel aandacht besteden aan voorlezen, praten over de actualiteit, etc.

Opstel en gedichten

Er wordt ook veel aandacht besteed aan het schrijven van verhaaltjes en gedichten. Daarbij wordt in eerste instantie gelet op de inhoud van het verhaal, maar ook op een goede zinsbouw en het  gebruik van hoofdletters en punten. Ook de indeling van het verhaal in inleiding-kern-slot komt aan bod. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan de versiering van het schrift, want het is één van de leukste schriften om te bewaren en later nog eens door te lezen.

Informatieverwerking

In het boekje ‘informatieverwerking’ komen zaken aan bod als kaartlezen, atlasgebruik, alfabetiseren, tabellen en grafieken aflezen en invullen, etc.
We schenken hier op school vooral extra aandacht aan, omdat we dit een belangrijk onderdeel van het onderwijs vinden.

                                                                     

Rekenen

We zijn een aantal jaren geleden gestart met de vernieuwde rekenmethode de Wereld in Getallen.
Hiervoor werkten we ook met deze methode.
De nieuwe versie is zodanig samengesteld dat er leerstof aanwezig is voor alle kinderen. Alle kinderen starten met een gelijke instructie uit hetzelfde rekenboek. Daarna wordt er gedifferentieerd in drie niveaus. Deze worden aangeduid met sterren.

De methode bestaat uit acht blokken.  Elk blok wordt afgesloten met een aantal toetsen. Naar aanleiding van die toetsen maken de kinderen extra herhalingsoefeningen of verdiepende oefeningen.

De basis van het rekenen die in lagere groepen aan bod is gekomen wordt vanaf groep 6 steeds abstracter en de vaardigheden moeten vaker worden toegepast in realistische situaties.  
Het automatiseren van keertafels, deeltafels en wat meer standaard plus- en minsommen is én blijft heel belangrijk.
Blijf dus goed thuis met de tafels oefenen. Uw kind heeft er alleen maar profijt van.
Zoals u hierboven leest, hebben de kinderen heel wat oefenstof te verwerken. Vaak zijn het gewone oefenrijtjes, maar vooral de projecttaken zijn interactief. Bovendien moet de geleerde stof nu toegepast worden in verschillende realistische situaties.

De zeer goede rekenaars kunnen ook werken met het pluswerkboekje dat bij de methode hoort of 'somplex', met allerlei uiteenlopende moeilijkere opdrachten.

Realiseert u zich goed dat bepaalde sommen misschien op een andere manier worden aangeboden dan u vroeger hebt geleerd. Uw kind thuis helpen kan dan soms verwarrend zijn. U kunt altijd bij ons terecht voor vragen.

Schrijven

De methode die we gebruiken heet ‘De Schrijfsleutel’.
De aandachtspunten zijn het verbeteren van de fijne motoriek, de juiste houding van het lichaam en het correct vasthouden van de pen.
Verkeer
We gebruiken tijdens de verkeerslessen het verkeerskrantje ‘Op Voeten en Fietsen’ voor groep 5 en 6.
Dit krantje werkt met foto’s en tekeningen. Spelenderwijs worden de kinderen wegwijs gemaakt in het verkeer.

Aardrijkskunde

We werken in een mooie nieuwe methode die ‘Meander’ heet. In deze methode worden de volgende thema’s behandeld:

1.    Water (de watersnoodramp in 1953 en de deltawerken)
2.    Werk en energie (beroepsgroepen, industrie, vrije tijd)
3.    De aarde beweegt (dag en nacht, seizoenen)
4.    Streken en klimaten (klimaat, polen, het weer, wind)
5.    Allemaal mensen (steden, wijken, randstad, groene hart)

Alle thema’s beginnen met een verhaal waarin Meander, Naut en Brandaan de hoofdrol spelen.

Les 1 en les 2 bestaan uit de informatie die hierboven tussen de haakjes staat.
Les 3 is altijd een topografieles, waarbij verschillende provincies worden belicht.

In les 4 staan de samenvatting en de begrippen. Ook wordt hetzelfde thema bekeken, maar dan over de grens in verre landen. Heel afwisselend, dus!
Les 5 bestaat uit de afsluitende toets.

We zullen een nieuw thema altijd starten met de topografieles. Zodat de kinderen ook weten waar de plaatsen, die we behandelen tijdens de les, op de kaart liggen.

Geschiedenis

Met geschiedenis werken we in de bij Meander aansluitende methode ‘Brandaan’. In deze methode worden de volgende thema’s behandeld:

1.    Handel overzee (V.O.C., stapelmarkt, Gouden Eeuw)
2.    Slavernij (W.I.C., slavenhandel, plantages)
3.    Industrie in Nederland (stoom, fabrieken, kinderarbeid)
4.    De Tweede Wereldoorlog (crisis, Hitler, Anne Frank)
5.    Welvaart in Nederland (wederopbouw, jaren 50, hippies)

Ook hier beginnen alle thema’s met een verhaal over Meander, Naut en Brandaan.
In Les 1, les 2 en les 3 wordt de nieuwe informatie aangeboden. Vaak wordt deze verduidelijkt met extra filmpjes.
In les 4 wordt de lesstof in een stripverhaal samengevat. Daarnaast worden alle begrippen uit de les nog een keer herhaald.
Les 5 bestaat uit de afsluitende toets.

Biologie

Voor biologie gebruiken we de methode ‘Leefwereld’.
We behandelen onderwerpen die te maken hebben met de (niet) levende natuur, milieu en techniek, planten/dieren en het eigen lichaam.

Digitale schoolborden en computers:

Op de Nicolaasschool zijn veel digitale borden. Tijdens normale lessen, maar vooral tijdens wereldoriëntatie, kun je heel veel extra’s laten zien. We hebben veel diapresentaties met extra beeldmateriaal. En op internet staan vele sites en filmpjes, o.a. op www.teleblik.nl en www.schooltv.nl/beeldbank.
De kinderen werken ook zelfstan¬dig op de computers. Ze leren met WORD om te gaan om verhalen te typen. Zij krijgen ook in groepjes les van oud-meester Hans Latour. Zij leren van hem een powerpoint-presentatie te maken; kennis die ze bij hun spreekbeurt weer kunnen gebruiken.
De kinderen werken daarnaast vooral met het inoefenen van bepaalde vaardig¬heden, zoals spelling, tafels, topografie en rekenen. We maken hierbij veel gebruik van het programma van Ambrasoft. Deze software kan ook voor thuis worden aangeschaft. Dat is zeker aan te raden voor kinderen die moeite hebben op school. (meer info op www.Ambrasoft.nl)

Expressie

Iedere week krijgen de kinderen muziek of drama. Verder komen tekenen en handvaardigheid ook wekelijks aan de orde. Een aantal keren per jaar is het kunstcircuit. Dit gebeurt met verschillende groepen samen. De kinderen werken dan in kleinere groepen aan een opdracht.
Daar worden verschillende materialen, technieken en onderwerpen aangeboden. Schilderen, tekenen, knutselen, drama, koken, fotografie, film, etc.

Lichamelijke oefening

Iedere week heeft de klas 5 kwartier gym: een lange gymles door een gymleerkracht. Door het vervallen van loop- en omkleedtijd houd je meer lestijd over. Zowel spelvormen als toestellen komen aan bod.

Katechese

Ook dit schooljaar maken we gebruik van de methode ‘Trefwoord’. Elke dag wordt een facet van een bepaald thema bij de dagopening belicht. Kijk voor actuele informatie over het thema in het Nicolaasnieuws.

Leefstijl en ‘Rots en water’

Dagelijks zijn we bezig kinderen op te voeden. In de klas hebben we regelmatig gesprekken over: ‘Hoe gaan we met elkaar om’. ‘Gevoelens bij jezelf en de ander’.  De methode Leefstijl (methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling) ondersteunt ons daarbij.  
In de tweede helft van het jaar beginnen we ook met de lessen van ‘Rots en water’. Deze lessen worden gegeven door collega’s van school die zich in dit onderwerp hebben gespecialiseerd.
Tijdens de lessen worden allerlei oefeningen en spelletjes gedaan waarbij de kinderen elkaars grenzen leren herkennen en accepteren. Ook worden er gesprekjes gehouden over onderwerpen als lichaamstaal, zelfvertrouwen, assertiviteit, pesten, gepest worden, lichaamshouding, etc.

Toetsen

Ook in groep 6 krijgen de kinderen toetsen van het CITO (rekenen, spelling, begrijpend lezen, woordenschat). Deze uitslagen worden opgeslagen in ons leerlingvolgsysteem.
Ook van taal en rekenen zijn er toetsen. De toetsen van aardrijkskunde, topografie en geschiedenis mogen ze thuis leren. Ze krijgen dan hun werkboekje en een samenvatting mee. Bij topografie een speciaal oefenblad.
Er wordt heel veel aandacht besteed aan het ‘leren leren’, want het leren van een toets gaat natuurlijk niet zomaar.

En dan als laatste

Hopelijk hebben we u op deze wijze een goed beeld kunnen geven van de lessen die uw kind dit schooljaar gaat volgen. We merken dat we ouders van kinderen van groep 6 minder vaak spreken. Heeft u vragen dan bent u van harte welkom. We beantwoorden ze graag na schooltijd. Dan is er meer gelegenheid om wat langer in gesprek te gaan.

Met vriendelijke groet,

Jacqueline Hendriks, Melvin ten Have en Rob van den Berg
volg-ons-op-facebook-nicolaasschool

Mededeling

8 januari 2018 studiedag

Kalender

December 2017
M D W D V Z Z
27 28 29 30 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31
Ga naar boven