Het komt geregeld voor dat scholen worden geconfronteerd met (aan)vragen over verlof die al dan niet te maken hebben met ‘bijzondere’ omstandigheden. Het is niet altijd  duidelijk welke ruimte de wet biedt om verlof toe te kennen. Gevolg hiervan is dat het per school kan verschillen of een kind al dan niet verlof wordt toegekend.  De afdeling Leerplicht/RMC van de gemeente Deventer probeert met deze handleiding uniformiteit in het afwijzen en toekennen van ‘luxe verzuim’ bij de scholen te bereiken waardoor er voor alle betrokken partijen meer duidelijkheid ontstaat.
1. Extra verlof in verband met religieuze verplichtingen – art 11 onder e.
In de Leerplichtwet 1969 wordt ruimte geboden voor het niet-geregeld schoolbezoek wanneer een kind plichten moet vervullen die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging. Dan bestaat er recht op verlof.
Verlof:         Als richtlijn geldt dat hiervoor één dag per verplichting vrij wordt gegeven.
Procedure::     Melding twee dagen van tevoren bij de directeur van de school.
2. Op vakantie onder schooltijd
Voor vakantie onder schooltijd kan alleen een uitzondering op de hoofdregel gemaakt worden als het kind tijdens de schoolvakanties niet op vakantie kan gaan door de specifieke aard van het beroep van (één van) de ouders. In dat geval mag de directeur eenmaal per schooljaar het kind vrijgeven, zodat er toch een gezinsvakantie kan plaatshebben. Het betreft de enige gezinsvakantie in dat schooljaar.  Bij de aanvraag moet door de ouder(s) een werkgeversverklaring worden gevoegd waaruit de specifieke aard van het beroep én de verlofperiode van de betrokken ouder blijkt.
Procedure en voorwaarden:
in verband met een eventuele bezwaarprocedure moet de aanvraag ten minste acht weken van tevoren bij de directeur worden ingediend, tenzij aangegeven waarom dat niet mogelijk was;
  • de verlofperiode mag éénmaal per schooljaar worden verleend;
  • - de verlofperiode mag maximaal 10 schooldagen beslaan;
  • - de verlofperiode mag niet in de eerste twee weken van het schooljaar vallen.
3. Verlof in geval van ‘Andere gewichtige omstandigheden’
Onder ‘andere gewichtige omstandigheden’ vallen situaties die niet onder  artikel 11 onder a t/m g van de Leerplichtwet 1969 vallen (Gronden voor vrijstelling van geregeld schoolbezoek). Hiervoor gelden de volgende richtlijnen:
Situatie Verlofperiode
een verhuizing 1 dag
het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten t/m de vierde graad: 1 dag (buiten de woonplaats max.  2 dagen)
ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten het aantal verlofdagen wordt bepaald in overleg met de directeur en/of de leerplichtambtenaar
Overlijden bloed- of aanverwanten:
in de 1e graad
in de 2e graad
in de 3e of 4e graad
ten hoogste 4 dagen
ten hoogste 2 dagen
ten hoogste 1 dag
viering van een 25-, 40- of 50-jarig ambtsjubileum en het 12½-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig (huwelijks)jubileum van bloed- of aanverwanten 1 dag
voor andere calamiteiten en naar het oordeel van de directeur belangrijke redenen (maar geen vakantieverlof!). Dit zou kunnen zijn een verklaring van een arts of een maatschappelijk werker dat een verlof noodzakelijk is op grond van medische of sociale indicatie betreffende de leerling. Naar eigen inzicht en/of het advies van de arts en/of maatschappelijk werker. Eventueel overleg met de leerplichtambtenaar
Dan zijn er nog altijd situaties te bedenken waar ouders ook verlof voor kunnen aanvragen maar die in het kader van ‘luxe verzuim’ niet voor verlof in aanmerking komen. De volgende situaties zijn geen ‘andere gewichtige omstandigheden’:
  • familiebezoek in het buitenland
  • vakantie in een goedkope periode of in verband met een speciale aanbieding vakantie onder schooltijd bij gebrek aan andere boekingsmogelijkheden een uitnodiging van familie of vrienden om buiten de normale schoolvakantie om op vakantie te gaan
  • eerder vertrek of latere terugkeer in verband met (verkeers)drukte
  • verlof voor een kind, omdat andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn
  • gescheiden ouders waardoor het kind mogelijk aan twee vakanties kan deelnemen.