Wij horen altijd wel ergens bij. Bij een       gezin, bij een club, bij een land. De mens is een sociaal wezen en leeft in en vanuit relaties. Het ene sociale verband zal intensiever worden beleefd dan het andere. Maar bewust of onbewust hebben deze leefkringen invloed op ons bestaan. Onze behoefte om ergens bij te horen, hangt samen met de behoefte aan acceptatie en goedkeuring. Je hebt de ander nodig omdat die je laat merken dat je er mag zijn. Dat wat je doet, ook goed is. Dat je ook als mens goed bent. Zonder de ander geen zelfvertrouwen of zelfwaardering. De ander is overigens niet alleen nodig voor de bevestiging. Door te spiegelen aan anderen zie je ook je eigen tekortkomingen. Die kritische blik helpt je om te groeien en je als mens te ontwikkelen. Het is belangrijk dat kinderen ontdekken van welke groepen en grotere gehelen zij deel uitmaken. Ze worden zich bewust van de betekenis die zijgeven aan deze leefkringen. Ze denken na over de vraag hoever je wil gaan om ergens bij te horen en of je soms een grens trekt om je eigen individualiteit te behouden. Ten slotte verdiepen ze zich in de aarden die verbonden zijn aan de groepen waar ze deel van uitmaken.