nicolaas logolerengroeienbloeien

Missie van de school

De Nicolaasschool heeft de opdracht om de kinderen uit Schalkhaar en omgeving, door goed onderwijs, toe te rusten met kennis vaardigheden, inzicht en positieve attitude, zodat zij zich kunnen redden in onze maatschappij en daardoor kansen krijgen op een goede toekomst.

Ons motto luidt:

De School: de ruimte om samen te leren, te groeien en te bloeien.

Visie van de school.

We willen dat in onze school:
  • Een sociaal- en stabiel klimaat heerst, waarin ieder zich veilig voelt: veiligheid is een voorwaarde om te leren.
  • Kinderen zelfstandigheid, saamhorigheid en samenwerking ontwikkelen
  • kinderen de kans hebben te leren en geprikkeld worden zich actief en breed te ontwikkelen op hun eigen niveau.
  • Kinderen bewust worden van hun talenten en deze kunnen ontwikkelen.
  • Ouders ondersteuning geven aan de school en partner zijn in de ontwikkeling van hun kind.

Hoe werken wij? Het aanbod.

Leraren op de Nicolaasschool zoeken met elkaar naar de beste manieren om kinderen tot ontwikkeling te brengen en te stimuleren.
Daarbij wordt er voortdurend van de leraren gevraagd rekening te houden met verschillen tussen kinderen bij het inrichten van de leeromgeving. In deze paragraaf beschrijven we het aanbod.

Jaargroepen.
We groeperen de kinderen in jaargroepen. Kinderen van dezelfde leeftijd zitten bij elkaar in de groep.
Bij het jonge kind kiezen we echter voor heterogene groepen 1/2. We starten met vijf groepen 1/2 waarin de vierjarigen in de loop van het schooljaar instromen. Het uitgangspunt hierbij is dat een kind zich mag ontwikkelen op zijn of haar eigen niveau. Basisontwikkeling is een manier van werken die aansluit bij deze visie.  Ons onderwijs sluit daarbij aan. Het is een werkplan voor de onderbouw, gebaseerd op principes van Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Betekenisvolle en ontwikkeling bevorderende activiteiten vormen de kern van de praktijk in de onderbouw. Het aandeel van de leerkracht zorgt ervoor dat kinderen doormiddel van deze activiteiten verder komen in hun ontwikkeling. De pedagogische interacties en de ontwikkelingsgerichte didactiek zijn daarmee de spil van Basisontwikkeling. Ons onderwijs sluit daarbij aan.

In principe blijven de kinderen vanaf groep 3 in dezelfde
groep. Soms is het voor ontwikkeling van groepen kinderen beter om deze te herindelen. De school heeft hierin de eindverantwoordelijkheid

De sociaal-emotionele ontwikkeling.
In de Wet op het Primair Onderwijs wordt gesproken over de emotionele ontwikkeling en het verwerven van sociale vaardigheden.
Wij kiezen voor de term sociaal-emotionele ontwikkeling. Onder sociaal-emotionele ontwikkeling wordt verstaan, dat de kinderen leren omgaan met gevoelens van zichzelf en van de anderen en leren omgaan met elkaar.
Aspecten van sociaal-emotionele ontwikkeling:
  • het samenwerken, het samen spelen. het samen kunnen delen, hulpvaardig zijn.
  • respect hebben voor elkaars mening en inbreng.
  • elkaar de ruimte geven om zelfontdekkend bezig te zijn.
  • het kunnen oplossen van conflictsituaties.
  • het kunnen inleven in gevoelssituaties
  • anderen accepteren en respecteren in hun anders zijn
  • een gevoel van saamhorigheid
  • zelfvertrouwen en weerbaarheid ontwikkelen.
We gebruiken de methode Leefstijl om aandacht te besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit programma met activiteiten voor groep 1 t/m 8 draagt bij tot een veilige school en het omgaan met verschillen tussen kinderen, m.n. in gedrag en emoties.
In de groepen 6, 7 en 8 wordt aanvullend een  weerbaarheidtraining “Rots en Water” aangeboden, gericht op zelfbewustzijn en een positief zelfbeeld. Voor individuele kinderen bestaat de mogelijkheid om binnen een speelpraatgroep sociaal-emotionele problemen te bespreken o.l.v. onze orthopedagoog.

De verstandelijke ontwikkeling.
De school stimuleert vaardigheden als kritisch vermogen, zelfredzaamheid en solidariteit.
Kennis is deels resultaat van eigen ervaringen, van eigen onderzoek en deels overgedragen.
Door het aanbieden van kennis worden de leerlingen voorbereid op de (steeds) veranderende samenleving. De school geeft vorm aan de leerprocessen van de kinderen en begeleidt die, mede door in de organisatie ook tegemoet te komen aan speciale leervragen van kinderen.

Het ontwikkelen van de creativiteit.
Creativiteit is niet alléén aangeboren, het kan ook ontwikkeld en aangeleerd worden. Het ontwikkelen van de creativiteit gebeurt in alle onderwijsleersituaties. Aspecten verbonden met de ontwikkeling van de creativiteit zijn onder meer:
  • Zelfontdekkend bezig zijn.
  • Komen met eigen oplossingen.
  • Verschillende oplossingen vinden voor één probleem.
  • Experimenteren.
  • Het toepassen van kennis en vaardigheden in uiteenlopende situaties.
  • Het ontwikkelen van creativiteit binnen de expressievakken.


Het verwerven van de noodzakelijke kennis.
In de huidige maatschappij veroudert kennis snel. Dit betekent voor de school, dat zij voor de basisleerstof moet uitgaan van de school van nu, mogelijk zelfs met die van morgen. De kennis van de leerlingen moet functioneren in de samenleving van morgen. De school biedt de kinderen de mogelijkheid de kennis en vaardigheden te verwerven via de multimediale middelen. Spreekbeurten en presentaties (zoals bijv. m.b.v. Power Point) van verworven kennis behoren daartoe. Hierbij speelt het gebruik van het digitale schoolbord ook een rol.

Het verwerven van culturele vaardigheden.
Onder culturele vaardigheden wordt door de wet verstaan: luisteren, spreken, schrijven, lezen, rekenen, gezond gedrag en sociale redzaamheid.
Daarnaast vinden wij het van belang, dat leerlingen:
  • zich oriënteren op de maatschappij.
  • leren omgaan met anderen (respect kunnen opbrengen voor andermans ideeën, meningen, overtuigingen, levenswijzen, culturen).


Het ontwikkelen van lichamelijke vaardigheden.
Lichamelijke vaardigheden zijn noodzakelijk voor het ontwikkelen van je lichaam. Bewegen is noodzakelijk voor de gezondheid van nu en later. Het gezamenlijk bewegen is ook van belang voor de verstandelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Dit krijgt vorm in de gymlessen, maar ook in de spellessen, dans en muziek, als onderdeel van de expressie.

Het ontwikkelen van expressie mogelijkheden.
We geven kinderen de kans om hun gedachten en gevoelens te uiten. Deze expressie gebeurt natuurlijk de hele dag, maar wordt m.n. in de expressievakken gestimuleerd.
De school geeft dat vorm door middel van kunstcircuits. Daarbij gaan 2 jaargroepen (ongeveer 100 kinderen) in kleinere groepen aan de slag met vaardigheden en onderwerpen, die behoren bij de expressiemogelijkheden van het kind. Daarbij betrekt de school van buitenaf mensen, die expert zijn op die gebieden, die niet of nauwelijks aanbod komen in de vroegere teken- en handvaardigheidlessen en muziek. Bijv. het maken van een eigen lied, het maken van een eigen muziekinstrument, dansen, vormen van drama, het ontwerpen van kleding, videofilm maken en techniek.

De inhoud van ons onderwijs.

Wettelijk moeten de kinderen in totaal in 8 jaar 7520 lesuren krijgen. Van de uren die de kinderen op school zitten, wordt de helft besteed aan de kernvakken taal, lezen, rekenen. De andere helft wordt besteed aan wereldverkennende en creatieve vakken en sociaal emotionele ontwikkeling.

Als basis voor de inhoud van ons onderwijs geldt de Wet op het Primair Onderwijs

(WPO 1998). Deze wet geeft aan welke vakken op scholen gegeven moeten worden; de kerndoelen (in 2006 herzien en wettelijk vastgesteld) geven voor ieder vak aan welke doelstellingen bereikt moeten worden. Daarnaast bepalen maatschappelijke ontwikkelingen de inhoud van ons onderwijs, zoals bijvoorbeeld aandacht voor racisme, vandalisme en criminaliteit en n.a.v. wat er in de wereld gebeurt. Wij maken daarbij keuzes, die wij baseren op onze visie op mens en maatschappij.

Het leerstofaanbod is afhankelijk van de groep waarin het kind zit. Jonge kinderen hebben een andere leerstijl, dan oudere kinderen. Daarbij streven we naar een zeker evenwicht tussen kindgericht werken (afgestemd op het kind) en programma gestuurd (een doel bereiken middels een vastgesteld programma).
Bij jonge kinderen proberen we veel te ontlokken door het werken in hoeken (b.v. de huishoek) en door werken met ontwikkelingsmaterialen. Aan taal- en rekenvaardigheden wordt vanaf groep 3 structureel de meeste aandacht besteed. Bij wereldoriëntatie en culturele vorming krijgen kinderen kans om zelf keuzes te maken.
Het gebruik van de computer heeft, als informatiebron en als hulpmiddel bij verschillende vakken, zijn plaats in het onderwijs gekregen.

We vinden het heel belangrijk dat kinderen zich voldoende kennis eigen maken, maar nadrukkelijk wordt ook aandacht besteed aan vaardigheden als concentratie, werkhouding, werktempo, werkverzorging en samenwerking.

Voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften hebben we materialen, waarmee ook deze kinderen uit de voeten kunnen.
We ontwikkelen de deskundigheid in school t.a.v. gedragsproblemen, rekenproblemen, dyslexie en andere lees- en spellingproblemen en zetten de aanvullende hulp aan kinderen efficiënt in.

Zelfstandig werken.
Op de Nicolaasschool krijgt het kind vanaf het begin de kans om zelfstandig te leren werken d.m.v. een planbord. In de hogere groepen wordt gewerkt met de weektaak. De kinderen in de bovenbouw werken per dag tussen de 45 en 90 minuten zelfstandig aan de weektaak.

We beogen de volgende doelen te halen:
  • het bevorderen van zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en concentratie van de kinderen.
  • de leerkracht heeft tijd voor gedifferentieerde instructie.
  • kinderen leren plannen en keuzes maken.
  • het effectief benutten van leertijd van kinderen
  • de kinderen leren instructie te vragen.

Op de volgende manier werken we aan de weektaak:
  • de weektaak wordt visueel gemaakt door een bord of door een formulier.
  • de inhoud is de leerstof die kinderen zelfstandig alleen of met anderen kunnen maken
  • de weektaak wordt gedaan op een vast tijdstip van de dag.
  • er is een gezamenlijke introductiemoment van de weektaak
  • de leerkracht geeft extra instructie tijdens de weektaak aan kleine groepjes of individueel
  • kinderen houden zelf de registratie bij
  • kinderen kiezen uit een gedifferentieerd aanbod
  • er is verdieping en herhaling
  • er is afstemming per kind.        


Coöperatief werken.
Coöperatief werken of leren gaat over structuur brengen in de manier waarop je in groepjes kunt leren. Het doet een beroep op iedere deelnemer en heeft een hoge mate van betrokkenheid van de deelnemers.

Computergebruik op school.
De school kent een netwerk. Daardoor zijn verschillende educatieve programma’s voor kinderen beschikbaar. Het automatiseren van het rekenen gebeurt o.a. op de computer. Werken met een computer kent altijd een educatief doel. Met de digitale schoolborden brengen we in een handomdraai de wereld in de klas. We leren de kinderen om op een veilige manier met de computer om te gaan.

 

Omgaan met verschillen.

Geen enkel kind leert op dezelfde manier en in hetzelfde tempo. We proberen zo goed mogelijk bij die verschillen aan te sluiten. Sommige kinderen maken minder werk, omdat zij meer tijd nodig hebben; anderen krijgen extra uitleg of ze oefenen op een andere manier. Daarnaast worden kinderen die meer aan kunnen, gestimuleerd door meer en andere opdrachten om zich zo breed mogelijk te ontwikkelen. Er bestaan verschillen in de individuele ontwikkeling en de kinderen leren hiermee omgaan. Soms hebben kinderen extra ondersteuning nodig. Door de ontwikkelingsgerichte werkwijze zijn wij beter in staat om mogelijke stagnatie te signaleren en hier in samenwerking met ouders op in te spelen. Bij problemen in de leer- of persoonlijkheidsontwikkeling van een kind is er individuele leerlingbegeleiding mogelijk.

Hoogbegaafdheid
Wij werken op de Nicolaasschool met het hoogbegaafdheidsprotcol DHH (digitaal hoogbegaafdheidsprotocol) www.dhh-po.nl. In al onze klassen werken wij met het compacten en verrijken principe. Compacten van de stof die wordt beheerst en daarnaast verrijken en verdiepen van de stof. De pittige plustorens zijn een aanvulling op ons      aanbod voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben. Dit is uitdagend materiaal waar     de kinderen geleerd wordt de uitdaging te zoeken en ze te leren hoe zij complexere opdrachten aan moeten pakken. Dit schooljaar hebben wij hier op woensdagochtend een leerkracht voor vrij geroosterd.

Dyslexie
Wij volgen op de Nicolaasschool met het dyslexieprotocol. Dit houdt in dat wij de kinderen die op het gebied van lezen en spellen onvoldoende vorderingen maken extra volgen en interventies doen om het lees- en of spelniveau te verhogen. Deze hulp hebben wij in de groepen georganiseerd. Bij alle kinderen worden 2 keer per jaar lees- en spellingstoetsen afgenomen. Kinderen met grotere achterstanden toetsen wij 3/4 keer per jaar. Indien nodig doen we aanvullend onderzoek. Wij kunnen geen dyslexie vaststellen. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig door externen. Op dit moment kunnen wij bij Sine Limite een dyslexieonderzoek aanvragen en een andere mogelijkheid is omdit via een particuliere behandelaar te doen. Mocht u hier vragen over hebben, dan kunt u terecht bij onze intern  begeleiders.

Passend onderwijs op onze school.

Wat is passend onderwijs?
Passend onderwijs is goed onderwijs voor ieder kind. Ook kinderen die extra aandacht nodig hebben. Met Passend onderwijs is het nog beter mogelijk om ondersteuning op maat te bieden voor alle kinderen die dit nodig hebben. Zo hebben zij de beste kansen op een vervolgopleiding en kunnen zij deelnemen in de samenleving. Kinderen die het echt nodig hebben kunnen naar het speciaal (basis)onderwijs. Dat blijft. Daarnaast werken we nauw samen met partners vanuit de jeugdhulp, zodat kinderen en hun ouders zowel op school als thuis passende ondersteuning krijgen.

Wat is de zorgplicht?
Scholen zijn verplicht om een passende onderwijsplek te vinden voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. Dit heet de zorgplicht.  Of uw kind nu ‘gewoon’ of ‘anders’ leert: elke school heeft de plicht een passend aanbod te doen. Het liefst op de reguliere basisschool. En als dat niet kan, dan op een andere basisschool,  in het speciaal basisonderwijs of in het speciaal onderwijs.  Altijd in samenspraak met u als ouder of verzorger. ‘Gewoon als het kan, speciaal als het moet.’

Samenwerkingsverband Sine Limite
Om de extra ondersteuning aan kinderen zo goed mogelijk te regelen werken de schoolbesturen van de scholen in de gemeente Deventer samen in het samenwerkingsverband  Sine Limite. Onze school maakt ook deel uit van dit samenwerkingsverband.
www.sinelimite.nl

Welke ondersteuning biedt onze school?
In het schoolondersteuningsprofiel (SOP) van onze school staat  beschreven welke ondersteuning de school kan bieden. We maken daarin onderscheid tussen basisondersteuning en extra ondersteuning.
Basisondersteuning is de ondersteuning die iedere school in het samenwerkingsverband biedt.  Voor ieder kind dat meer ondersteuning nodig  heeft zorgen we voor aanpassingen in het onderwijs. Dit is maatwerk want we gaan uit van de onderwijsbehoefte van het kind. In de meeste gevallen kunnen we  dit zelf bieden met de deskundigheid en mogelijkheden binnen onze school. Soms hebben we ondersteuning nodig vanuit Sine Limite en in enkele gevallen biedt het speciaal (basis) onderwijs voor uw kind passend onderwijs voor het kind.

Denkt u dat uw kind ondersteuning nodig heeft?
Situatie 1: uw kind bezoekt nog geen basisschool.
Als ouder kiest u zelf een school voor uw kind, ook als uw kind extra ondersteuning nodig heeft. Als u een keuze heeft gemaakt voor een school dan kunt u uw kind aanmelden. De schoolbesturen en de gemeente hebben samen afspraken gemaakt over het aanmelden van kinderen bij een school van uw voorkeur. Alle ouders waarvan het kind  vier jaar wordt ontvangen van de gemeente een aanmeldingsformulier. U meldt uw kind schriftelijk aan bij de school van uw eerste voorkeur middels dit  aanmeldingsformulier. U geeft daarbij aan of uw kind (naar verwachting) ondersteuning nodig zal hebben. U kunt meer informatie over de basisscholen en aanmelding vinden op: http://www.deventer.nl/leven/jeugd-onderwijs/onderwijs/basisonderwijs

Als u uw kind heeft aangemeld, dan zal de school informatie verzamelen over welke ondersteuning uw zoon of dochter nodig heeft. Van u wordt verwacht dat u de informatie die u heeft deelt met de school. Zo nodig organiseert de school een overleg , waarbij de intern begeleider, directeur en een medewerker van Sine Limite aanwezig zijn. Ook u wordt hierbij nauw betrokken. Voor het opvragen van informatie over uw kind bij andere instanties vraagt de school om uw toestemming.

Op basis van de verkregen informatie maakt de school samen met u de afweging over wat het beste is voor uw kind. Hierbij kan de school dus Sine Limite uitnodigen. Binnen 6 tot 10 weken laat de school weten of uw kind wordt toegelaten (eventueel met extra ondersteuning). Het kan ook zijn dat een andere school beter passend onderwijs voor uw kind kan bieden. Dan zal een medewerker van Sine Limite namens ons samen met u op zoek naar die school. Wij blijven uiteraard nauw betrokken bij dit traject, want we zijn immers de zorgplichtschool.

Situatie 2: uw kind zit al op onze school.
Denkt u dat uw kind extra ondersteuning nodig heeft? Wij raden u aan in gesprek te gaan met de leerkracht van uw zoon/dochter over de ontwikkeling van uw kind. Waar heeft u vragen over? En wat heeft uw kind volgens u nodig? De leerkracht zal samen met u en de intern begeleider overleggen welke route wordt doorlopen. Als u zorgen houdt, kunt u ook terecht bij de directeur van onze school.

Interne HGPD en trajectoverleg  
Op onze school vinden groepsbesprekingen plaats. Dit gebeurt 3 keer per jaar. De leerkracht bespreekt samen met de intern begeleider zijn/haar groep. Aan het einde van het schooljaar vindt er een groepsoverdracht plaats. De leerkracht draagt zijn/haar groep over naar de volgende leerkracht. De intern begeleider is hierbij aanwezig. Op deze manier waarborgen we de doorgaande lijnen door de jaren heen.
Tijdens de contactavonden bespreken we de ontwikkeling van uw kind. Als er signalen zijn dat het leren, gedrag of sociaal-emotionele ontwikkeling niet goed gaat, bespreekt de leerkracht dit met u. Als de aanpassingen niet helpen of er is meer zorg, dan gaan de leerkracht, intern begeleider en u met elkaar in overleg. Ook de mening van uw kind is hierbij belangrijk. Het kan zijn dat we een medewerker van Sine Limite hierbij uitnodigen of een andere deskundige. Dit overleg heet interne HGPD. Van te voren vullen wij en u een formulier in die als leidraad dient tijdens de bespreking.
Het kan zijn dat er één keer een HGPD plaatsvindt, maar ook meerdere keren. Als er behoefte is aan extra ondersteuning voor uw kind of de vragen blijven, organiseren we een trajectoverleg. Aan het trajectoverleg nemen deel: leerkracht, intern begeleider, ouders, trajectmedewerker van Sine Limite en (indien nodig) de schoolverpleegkundige van de GGD.

Gezinscoach
Vanaf januari 2015 valt jeugdzorg onder de gemeente.  In Deventer zijn in alle wijken gezinscoaches werkzaam. Een gezinscoach helpt ouders  bij  opvoed- en opgroeivragen.  Soms zijn enkele gesprekken voldoende. In andere gevallen kunnen zij hulpverlening inzetten.  Elke school heeft een gezinscoach als contactpersoon. Deze gezinscoach zit in ons trajectoverleg. Op die manier kan indien nodig laagdrempelig hulp geboden worden.
U kunt de gezinscoach ook rechtstreeks benaderen via telefoonnummer 14 0570 (geen netnummer nodig) of per e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

In de HGPD en het  trajectoverleg bespreken we de vraag: wat heeft uw kind nodig om een bepaald doel te behalen? Wat is de ondersteuningsbehoefte van uw kind? Daarbij kijken we ook naar andere factoren, zoals de groep, de school en de thuissituatie.
In iedere bespreking komen ook de positieve aspecten en de talenten van uw kind  aan de orde.
Voor ieder kind dat extra ondersteuning nodig heeft maken we een ontwikkelings-perspectief. Dit is een formulier waarin het plan van aanpak vastgelegd is, het uitstroomniveau van het kind en de afspraken tussen school en ouders vastgelegd worden.
Is een (tijdelijke) plaatsing in het speciaal (basis)onderwijs de meest passende plek? Dan vragen we hiervoor een ‘toelaatbaarheidsverklaring’  aan bij Sine Limite. Met deze toelaatbaarheidsverklaring heeft uw kind recht op plaatsing op een school voor speciaal (basis)onderwijs.

Sine Limite heeft een loket dat door intern begeleiders gebeld kan worden voor vragen over passend onderwijs  en inzet van diensten van Sine Limite. Ook ouders kunnen het loket bellen. Wel hebben ouders altijd eerst de vraag op school gesteld. Als er vragen blijven, kan het loket van Sine Limite gebeld worden.


Intern ondersteuningsteam
Onze school heeft twee interne begeleiders. De onderbouw en middenbouw (groepen 1 t/m 5) wordt
begeleid door Bianca Geerdes en de bovenbouw (groepen 6 t/m 8) door Elmar van Dokkum.
 Zij coördineren de zorg en coachen de leerkrachten bij hun vragen rondom de
ontwikkeling van het kind. Zij proberen deze extra ondersteuning aan kinderen zoveel mogelijk in de klassen te organiseren. Dit kan zijn door het inzetten van een onderwijsassistente in de klas van uw kind of door hulp in een klein groepje of individueel.

Op onze school zijn een remedial teacher (Mariëtte Assink) en een gedragsspecialist (Wilma de Borst) werkzaam. Er zijn 4 onderwijsassistenten die in de klassen werken. We kiezen ervoor om onze onderwijsassistenten zoveel mogelijk in de middenbouw te laten werken. Om te werken aan een goede en sterke basis.

De leerlingen worden gedurende de gehele basisschoolperiode goed en systematisch gevolgd door het leerlingvolgsysteem.
Hierin worden gegevens bijgehouden m.b.t. leerlingbesprekingen, oudergesprekken, speciale onderzoeken, handelingsplannen, resultaten en rapportgegevens door de verschillende jaren heen.
De interne begeleiders coördineren deze doorgaande lijn.
Alle gegevens vallen onder de Wet op de Privacy en worden zorgvuldig beheerd door de directie en intern begeleiders.


Kwaliteitsverbetering binnen ons Onderwijsaanbod.

Onze school is een dynamische school, die midden in de maatschappij wil staan. Daarom is het belangrijk dat wij op de hoogte blijven van ontwikkelingen binnen het onderwijs.
Ieder jaar verdiepen wij ons daarom in een aantal onderwerpen. Daartoe is een meerjarenplanning in het schoolplan 2015-2019 opgenomen met o.a. de volgende onderwerpen:

SEO
In al onze doelen komt het sociaal emotioneel klimaat als onderlegger naar voren.
Een veilig en transparant klimaat, met rust en regelmatig is een van de pijlers waarop we
voortbouwen. Aandacht voor groepsvorming is altijd relevant.
We gebruiken hierbij de methode Leefstijl en de bijbehorende afspraken van de regelrups.
Aandacht voor gesprekken met kinderen vinden we belangrijk. Naar voren komt het actief vragen stellen, luisteren, samenwerken, eigenaarschap en zelfstandigheid.

Opbrengsten
Op dit moment worden zijn de opbrengsten van ons onderwijs goed te noemen. De cito’s en de uitstroom naar het VO bevestigen dit.
Aandacht voor blijvend kwalitatief goed (en passend) onderwijs op het gebied van de cognitieve vakken is een voortdurende schoolontwikkeling. Aansluiten bij talenten van kinderen vraagt kennis en vaardigheden en flexibiliteit van leerkrachten.
ICT geletterdheid  is een vaardigheid om mee te nemen in de ontwikkeling.

Skills
Wat moeten kinderen nu leren om optimaal voorbereid te zijn op de samenleving in de 21ste eeuw? Na onderzoek is tot zeven skills die belangrijk zullen zijn in de 21ste eeuw:
  • Communicatie
  • Samenwerken en
  • ICT-geletterdheid
  • Creativiteit
  • Kritisch denken
  • Probleemoplosvaardigheden
  • Sociale en/ culturele vaardigheden (inclusief burgerschap
  • Zelfregulering

Wereldverkenning:
Vaardigheden (skills) worden gekoppeld aan wereldverkennende vakken:
We stimuleren kinderen te leren over de wereld om ons heen.


Expressie
Op de Nicolaasschool werken we met de digitale methode ‘Laat maar zien’. Het stimuleren van de creativiteit bij kinderen staat centraal.
Dat vereist een precieze mix van uitdaging, informatie in woord en beeld en variatiemogelijkheden. Lessen worden middels een procesgerichte didactiek aangeboden. ‘Laat maar zien’ sluit aan bij de huidige visie op creatief leren.

Personeelsbeleid:
Vanaf januari 2014 werken we via de leerKRACHT methodiek. Uitgangspunt is dat
leerkrachten van en met elkaar leren d.m.v. klassenbezoek en door samen lessen
voor te bereiden om zo de kwaliteit van het onderwijs te vergroten. Zo benutten we elkaars kwaliteiten in de uitvoer van het onderwijs. Vergaderingen zijn vervangen door bord- en teamsessies. Slogan is hierbij “Samen iedere dag een beetje beter!”.
  • Leerkrachten blijven zich scholen, o.a. via het aanbod van Sine Limite.
  • Begeleiden en coachen is vraaggestuurd en met mogelijkheden van video interactie begeleiding. (Video-opname ter ondersteuning van de leerkracht).
  • Indien nodig maken we gebruik van externe specialisten.


Organisatie en beleid:
Per jaar wordt 6 keer vergaderd met andere schoolbesturen in Deventer. Deventer brede onderwerpen worden daar besproken.
Sinds januari 2014 is onze school lid van het Kindcentrum Schalkhaar. Samenwerking met de kernpartners wordt in kaart gebracht en uitgevoerd.
Verdere aansluiting in Schalkhaar met andere doelgroepen onder leiding van de regiegroep Schalkhaar wordt uitgebreid.

 

Het hanteren van afspraken en regels- pedagogisch klimaat:

In de afgelopen jaren is de aandacht voor sociaal emotionele vaardigheden steeds groter geworden. Niet alleen om probleemgedrag te bestrijden, maar ook voor preventie van ongewenst gedrag. Ook voor het optimaal functioneren van kinderen en het ontwikkelen van hun talenten zijn vaardigheden als zelfvertrouwen, doordachte beslissingen nemen, luisteren, je gevoelens uiten en van je fouten leren, onmisbaar.
Deze aandacht komt vanuit de visie dat de school ook een pedagogische taak heeft. Ook door de overheid is een aantal doelen in deze geformuleerd. De veilige school is een school met expliciete aandacht voor het ontwikkelen van gewenst gedrag.
Het pedagogisch klimaat staat in de Nicolaasschool centraal. De school komt graag tegemoet aan de psychologische basisbehoeften van kinderen. Deze zijn: het gevoel van relatie (“ik mag er zijn, zoals ik ben..”), het gevoel van competentie (“Ik kan dat wel…”) en het gevoel van autonomie (“ik kan dat wel zelf….”).

De regelrups.
Iedere zes weken staat er een regel centraal. Deze is gekoppeld aan de zes thema’s van onze methode “Leefstijl”. Leefstijl sluit aan bij de kerndoelen van de overheid voor gezond en zelfredzaam gedrag. Daarbij speelt preventie een grote rol.
De leerkrachten bespreken met de kinderen het thema en wat de regel daarbij inhoudt. De gehele maand wordt extra de nadruk gelegd op de uitvoering ervan. In de school en in  de groep wordt dit zichtbaar  gemaakt.
De maandelijkse regel komt steeds in het Nicolaas Nieuws ter sprake. In de school hangt “Rupsje Regelaar” die iedere 6 weken groeit met een nieuwe regel.
Om één lijn te hebben is het prettig dat u er thuis ook aandacht aan besteedt.

Thema 2: Praten en luisteren met als regel: “We luisteren naar elkaar.” Thema 3: Ken je het gevoel met als regel: “We komen voor elkaar op.” Thema 4: Ik vertrouw op mij met als regel: “We geven elkaar complimentjes.”
Thema 5: Iedereen anders, allemaal gelijk met als regel: “We zorgen dat iedereen erbij hoort.”
Thema 6: Lekker gezond met als regel: “We gaan netjes met elkaars spullen om”.

Protocol ongewenst gedrag (waaronder pestgedrag):

Stap 1:    
De groepsleerkracht of pedagogisch medewerker voert met het slachtoffer en het kind dat ongewenst gedrag vertoont een oplossingsgericht gesprek. De leerkracht probeert het kind dat ongewenst gedrag vertoont actief met korte interventies te begeleiden. Binnen twee weken volgt een evaluatiemoment met het kind . Indien nodig worden ouders gebeld.
    Het kind wordt duidelijk gemaakt dat bij een volgende keer stap 2 in gang wordt gezet.

Stap 2:     
De groepsleerkracht voert met slachtoffer en degene die ongewenst gedrag vertoont een oplossingsgericht gesprek. De leerkracht maakt hierover een verslagje. Ouders worden op de hoogte gesteld dmv een telefoontje. Het kind krijgt een taak en een gele kaart , die meegaat naar de ouders. Hierop staat kort het ongewenste gedrag omschreven. De ouders bespreken dit met het kind en maken een afspraak hoe zij daarbij kunnen helpen. Daarna geven ze de kaart ondertekend terug aan de leerkracht met een oplossing / afspraak (van de ouders) over dit gedrag. Het gedrag en oplossing wordt besproken met de betrokkenen. De leerkracht/ pedagogisch medewerker probeert het kind actief met korte interventies te begeleiden. Binnen twee weken volgt een evaluatiemoment met het kind en met de ouders.

Stap 3:    
Bij een derde keer krijgt het kind een oranje kaart mee. Het kind krijgt een strafmaatregel waarin dit ongewenst gedrag centraal staat.
    Ouders worden uitgenodigd voor een gesprek op school. Daarna wordt
    i.s.m. de ouders en interne begeleider een handelingsplan opgesteld . Eventueel         wordt aan andere hulpverlenende instanties assistentie/begeleiding gevraagd.

Stap 4:    
Bij een vierde keer krijgt een kind een rode kaart. Er volgt een gesprek met ouders, het kind en de directeur. Er volgt een plan waarin schorsing is opgenomen.

 

Veilig op school, uw en onze zorg.

Ons bestuur en dus de school heeft een convenant met heel het primair onderwijs Deventer afgesloten dat “Veilig op school, uw en onze zorg”, heet. Hierin is een stappenplan opgenomen hoe te reageren bij ongewenst seksueel gedrag, discriminatie / racisme, pesten en (dreigen met) fysiek geweld. Het opgestelde protocol is in 2017 aangepast. Binnen de school is er tevens een gedragscode opgesteld.
Een veilige omgeving voor onze leerlingen en onderwijspersoneel zorgt voor een prettige sfeer op school. Incidenten zoals ongepast gedrag, intimidatie, diefstal en agressie moeten worden voorkomen. Dat kan door op tijd te signaleren en hier gericht tegen op te treden. Dit geldt ook voor het bestrijden van pestgedrag.
De Nicolaasschool wil zich inspannen om pesten tegen te gaan en zorgen voor sociale veiligheid. In de wet Veilig naar school staat dat scholen:
  • Een sociaal veiligheidsbeleid moeten voeren
  • De beleving van veiligheid en het welzijn van hun leerlingen moeten volgen
  • Een aanspreekpunt hebben om het pesten te melden
Onze school hanteert het beleid zoals deze is beschreven. Pestgedrag kan worden gemeld bij vertrouwenscoördinatoren (Wilma de Borst, Bianca Geerdes en Elmar van Dokkum), deze zijn ook verantwoordelijk voor de totale coördinatie rondom Vertrouwen en Veiligheid op onze school. Onze school gebruikt als monitoring bij de leerlingen ZIEN! Uit Parnassys.
Jaarlijks wordt deze monitor bij leerlingen afgenomen. Intern begeleiders en leerkracht bespreken de uitkomsten hiervan en maken indien nodig een plan.

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld.
Het is wettelijk verplicht dat elke school volgens een meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld werkt. De meldcode is een hulpmiddel om kindermishandeling, maar ook om huiselijk geweld tegen te gaan. Samen met de gemeente Deventer hebben de schoolbesturen in Deventer op basis van landelijke richtlijnen een meldcode ontwikkeld. Hierin is een stappenplan opgenomen hoe te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook op onze school gebruiken we deze meldcode. De meldcode maakt onderdeel uit van ons veiligheidsbeleid “Veilig op school”.

Naar het voortgezet onderwijs.
Na groep 8 gaan alle kinderen naar het voortgezet onderwijs. Een belangrijk punt in groep 8 is daarom de schoolkeuze. Kinderen en ouders kiezen samen een school voor voortgezet onderwijs.
 

Op school organiseren we jaarlijks een informatieavond over schoolkeuze en ouders en leerlingen kunnen de open dagen bezoeken, die de scholen voor voortgezet onderwijs organiseren.
De leerkracht van groep 8 geeft de ouders een weloverwogen advies.
Dit advies is gebaseerd op hoe het kind in de klas functioneert. Hoe is zijn/haar motivatie en werkhouding? Welke resultaten heeft het kind de afgelopen jaren behaald? De leerkracht en ouders bespreken dan samen welk type onderwijs het meest geschikt is voor hun kind.

Eind april is er een centrale eindtoets welke, indien nodig, aanvullende informatie kan geven.   In principe is het advies van de basisschool leidend.

Elk jaar bespreken we onze leerlingen met brugklasfunctionarissen van het voortgezet onderwijs. Om bij te kunnen houden hoe het met onze oud-leerlingen gaat, krijgen we twee jaar lang rapportcijfers van hen te zien.
In 2015 en 2016 zijn de kinderen van de Nicolaas, in percentages weergegeven, naar de volgende scholen gegaan:

2016
12 % Basis en Basis/Kader
22 % Kader Mavo
22 %  Mavo/Havo
44 % Havo/Atheneum/Gymnasium

2017
5 % Basis en Basis/kader
22 % Kader Mavo
23 % Mavo/Havo
50 % Havo/Atheneum/Gymnasium


volg-ons-op-facebook-nicolaasschool

Mededeling

8 januari 2018 studiedag

Kalender

December 2017
M D W D V Z Z
27 28 29 30 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31
Ga naar boven